Bedoeïenen

bedouin banner
We sliepen in een ecolodge, ergens in de middle of nowhere in Jordanië. In de wijde omgeving was alleen zand te bekennen. Voor een bezienswaardigheid moest je duidelijk wat verder weg en die middag ging de rest van onze groep dan ook -samen met onze reisleider- op pad om ergens in de omgeving een oude mijn te bekijken. Het onderwerp van het bezoek boeide ons niet al te zeer en wij besloten dan ook een wandelingetje in de buurt van het ecolodge te verkiezen boven het uitstapje. Plotseling werden we tijdens onze wandeling staande gehouden door wat ik voor het gemak maar even een buurtbewoner noem. Een wat oudere Jordaniër die ons vriendelijk duidelijk maakte dat we even mee moesten komen naar zijn winkeltje. Geloof het of niet, in een hokje ergens op de zandvlakte had hij op een paar vierkante meter allerlei onduidelijke spullen verzameld om te verkopen. Aan wie? Geen idee! In de verre omgeving was werkelijk geen levend wezen te bekennen. Laat staan iemand die boodschappen kwam doen.
Maar, de man had -naar later bleek- meer te bieden dan alleen zijn winkeltje, want al snel werd duidelijk dat we even mee moesten komen naar het huis van zijn zoon. Het huis bleek trouwens een grote bedoeïenentent te zijn, waar in de nabijheid wat vee en kinderen rondscharrelden. Gastvrij werden we rondgeleid over wat ik voor het gemak maar even het erf van de tent noem. Zo nu en werd ons tijdens de rondleiding pardoes een van hun beesten in de armen gestopt. Het was duidelijk, er was eindelijk eens iemand in de buurt en dat moest gevierd worden. Want wie vindt een verzetje op zijn tijd tenslotte nou niet leuk? En zeker in de woestijn, want daar is het tenslotte niet elke dag bingo. Nou was het genoegen bepaald wederzijds, want -hoewel we elkaars taal niet spraken- was de vriendelijkheid van onze gastheren verfrissend en aangenaam. Met de nadruk overigens op gastheren -pa en zoon-, want de vrouw des huizes -ik bedoel des tent- bleef in eerste instantie schuchter en op gepaste afstand. De kinderen vonden het echter direct geweldig en weldra werden op voorspraak van pa de schoolschriftjes dan ook tevoorschijn gehaald om aan te tonen dat de koters de eerste lessen taal en schrijven al achter de rug hadden.
Een knaap van een jaar of vijftien, die toevallig in de buurt was en zich bij het gezelschap voegde bleek gelukkig een mondje Engels te spreken en op die manier konden we achterhalen hoe het schoolsysteem in Jordanië in elkaar zit. In elke omgeving zit binnen een bepaalde straal namens de overheid een schooltje waar één onderwijzer alle buurtkinderen uit de tenten in de wijde omgeving de beginselen van taal, rekenen en dergelijke bij placht te brengen. Alleen nu even niet, want het was vakantie en de onderwijzer was om die reden tijdelijk terug naar zijn geboortedorp. En als je dan uiteindelijk het woestijnschooltje had doorlopen kon je verder studeren in de grote stad, zoals ook onze tolk van dienst bleek te doen. Gastvrij werd thee ingeschonken en werd ons op enig moment duidelijk gemaakt dat men het op prijs zou stellen om een paar foto’s van het samenzijn te ontvangen. Dat was op zich geen enkel probleem, als ik thuis was zou ik wat printjes laten afdrukken om deze vervolgens op de sturen naar…! Ja, waar naar toe eigenlijk, want de tent had geen adres en geen postbus! Goede raad was dus duur, maar na enig nadenken maakten we onze gastheer duidelijk dat ik de foto’s zou opsturen naar de ecolodge. Ik zou de mensen van de ecolodge op de hoogte brengen en onze gastheer moest dan na enige tijd maar een keer gaan vragen of de foto’s er al waren. Dat leek ons de handigste oplossing.
Nadat we hartelijk afscheid hadden genomen wandelden we op ons gemak terug en constateerden we dat dit soort ervaringen toch veel leuker zijn dan menige excursie. Terug in Nederland hebben we overigens keurig de fotoprints laten maken en opgestuurd. Of ze ooit op de schoorsteenmantel van onze bedoeïenenvriend zijn terechtgekomen zal overigens voor ons altijd een open vraag blijven. Maar leuk was de ervaring in ieder geval zonder meer.