Mursi

mursi banner.jpg

Als je een rondreis door Ethiopië maakt is er een gerede kans dat er een bezoek aan de stammen in het zuiden op het programma staat. In ons geval was het niet anders. Om de afstand te overbruggen overnachtten we een nacht in tentjes in het oerwoud. Een belevenis op zich, ook al omdat de tentjes niet waterdicht bleken te zijn en je dus ’s morgens nogal waterig wakker werd. Bovendien waren we door de reisleider gewaarschuwd om onze schoenen niet buiten de tent te laten staan want dan was er een grote kans dat de apen er ’s nachts mee vandoor zouden gaan. Ik had natuurlijk weer even niet opgelet, dus wie had zijn openlucht-Nikes gewoon buiten staan? Juist, ikke. Eigen schuld, dikke bult, dus de andere morgen waren mijn schoenen inderdaad verdwenen. Daar sta je dan in the middle of nowhere zonder schoeisel, terwijl reserveschoenen uiteraard niet voorhanden zijn. Er zat niets anders op dan maar eens in de omgeving van ons tentenkamp te gaan zoeken en inderdaad, zo’n honderd meter verderop vond ik mijn schoenen. Blijkbaar had de aap moeten constateren dat mijn schoenen niet zijn maat waren!
Op naar de Mursi-stam, compleet met schoenen dus! De Mursi-stam bezoeken is een ervaring die voor een dubbel gevoel zorgt. Want behalve dat je er geweldige foto’s kunt maken is er ook nog het feit dat je daar voor moet betalen. Nu ligt het probleem niet zozeer in de prijs die je moet betalen, maar meer in het principiële punt of je dat moet willen: betalen voor een foto. Een op enig moment ontstaan systeem in stand houden waar ook nare kantjes aan schijnen te kleven als je de discussies vooraf op internet een beetje hebt gevolgd. Mursi-mannen die het aldus binnengekomen fotogeld om schijnen te zetten in drank. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn, maar kan ik dat voorkomen? Of heb ik door te denken van niet boter op mijn hoofd? Op zich een best lastig dilemma, maar ik zal eerlijk zijn, ik ben uiteindelijk toch voor de foto’s gegaan. Nadat onze gids samen met de dorpsoudste de prijs per foto heeft bepaald kan het plaatjes schieten beginnen. Overal duiken de fraai uitgedoste Mursi’s op, met bloemen op hun hoofd of schotels in de lip. Hoe authentiek is dit eigenlijk nog denk je terwijl je de volgende foto schiet. Of wordt ’s morgens de toeristen-outfit aangetrokken, de schotel in de lip gedaan omdat men weet dat er weer een busje toeristen onderweg is. Dat wordt nog wat als de asfaltwegen naar de dorpen klaar zijn en de touringcars met Japanners hun weg naar het zuiden weten te vinden.
Terwijl ik driftig mijn foto’s schiet, fungeert mijn vrouw als bank. Zij betaalt keurig elke door mij gefotografeerde dorpeling, terwijl zij zich voor even losmaakt van de twee Mursi-kinderen die bij binnenkomst van het dorp haar handen hebben gepakt en die niet meer loslaten voordat wij het dorp weer verlaten. Als ik mijn vrouw er zo nu en dan op wijs dat de een of ander gefotografeerde Mursi nog uitbetaald moet worden, roepen de dorpelingen als snel in koor “Anne, Anne” in de hoop ook nog een niet voorziene uitbetaling van de bank mee te pikken. Aan het eind van de fotoshoot is het complete pakketje stinkend Ethiopisch kleingeld overgegaan in de handen van de Mursi’s en resten mij de plaatjes, waarvan ik bij thuiskomst tevreden constateer dat een en ander beslist de moeite waard is geweest. Terwijl in mijn achterhoofd toch de gedachte aan de toekomst van het dorp en haar bewoners weer opborrelt. Hoe gaat dit verder? Kunnen we dit op de een of de andere manier toch een beetje reguleren? Of moeten we vrede hebben met de show die opgevoerd wordt voor de toerist? En de mogelijke niet bedoelde besteding van het betaalde geld. Wie het weet mag het zeggen!