Onderbroek

witte woestijn banner
Eén van mijn eerste reizen was samen met mijn vrouw en kinderen een avontuurlijke rondreis door Egypte. Een reis waar overigens geen digitale beelden van beschikbaar zijn omdat ik toen nog rondreisde met een analoge camera en dia’s maakte. Voor jonge lezers, kijk eventueel -indien nodig- even op Wikipedia wat dia’s zijn. Thuis had de plaatselijke medewerkster van de GGD na haar demotiverende verhaal over viezigheid e.d. voor de zekerheid nog gevraagd of we na haar relaas nog wel van plan waren te gaan, voordat zij überhaupt de naald in onze arm zette voor de noodzakelijke inentingen. En inderdaad, viezigheid kwamen we in allerlei vormen tegen op onze reis die niet leidde langs luxe hotels, maar die veelal slaapplaatsen kende in warme, broeierige hutjes, waar het een komen en gaan was van hordes vliegen en ander ongedierte. Of waar de slaapplaats onder de blote hemel was, zoals in de Witte Woestijn. Tenslotte was het een avontuurlijke rondreis. Van de bus en een paar doeken werd een geïmproviseerd windscherm gemaakt en in de aldus ontstane ‘binnenplaats’ sliepen wij en onze reisgenoten matje aan matje. In de zelf meegenomen lakenzak, zoals in de reisbeschrijving was opgedragen. In ons geval had mijn echtgenote voor vertrek zelf de lakenzakken genaaid van maagdelijk witte katoen. Terwijl de maan voor een flauw schijnsel zorgde, Peter steeds zieker werd en een aantal medereizigers snurkte dat het lieve lust was, kreeg mijn vrouw onverwacht bezoek van de woestijnvos (Fennek). Niets dat ze er zelf iets van merkte, maar de andere ochtend vertelden medereizigers hoe het beest zich in de nabijheid van haar hoofd had opgehouden. Toen bleek ook dat het maar goed was dat ze er niets van gemerkt had, want volgens haar had ze de hele Witte Woestijn bij elkaar geschreeuwd in het geval ze het wel gemerkt had. Ondertussen vond ik het tijd om op de staan. Met mijn lakenzak nog om de lendenen richtte ik me op van het matje. Het eerste wat mijn kinderen riepen was ‘pap, wat heb jij voor een bruine vlek achter in je lakenzak’. Blijkbaar had ik toch nog ergens die nacht redelijk geslapen en was ik in die tijd schijnbaar aan de dunne geweest. Niets van gemerkt overigens. Maar daar sta je dan, midden in de Witte Woestijn, verstoken van een wasbak of douche waar je de gevolgen van de nachtelijke ongemakken even vakkundig kunt wegwassen. Om vervolgens fris en fruitig aan de verdere reis te beginnen. Gelukkig bleek iemand vochtige billendoekjes bij zich te hebben. Wat een uitvinding! Nadien ben ik nooit meer zonder die dingen op vakantie gegaan, Al (laken)zaklopend spoedde ik mij, achtervolgd door mijn echtgenote met de al gememoreerde billendoekjes en een schone onderbroek, naar de dichtstbijzijnde witte rots. Om mij achter die rots te ontdoen van de besmeurde lakenzak en onderbroek. Na mijn billen grondig gereinigd te hebben met de billendoekjes en gehuld in de schone onderbroek kon ik mij weer vertonen aan de rest van het reisgezelschap. Overigens stonden er verrassenderwijs geen afvalbakken in de Witte Woestijn, dus restte ons niets anders dan de bewuste onderbroek ter plaatse te begraven. Met als geschiedkundig uitvloeisel dat archeologen waarschijnlijk over een kleine tweeduizend jaar de onderbroek opgraven en tot de conclusie komen dat hun voorvaderen gehuld gingen in kleine broekjes met daarop de print Björn Borg. Waren de ontberingen toch nog ergens goed voor!

westelijke_woestijn_oases_witte_woestijn_camp