Kever

kever banner.jpg
Tijdens de voorbereidingen van onze trip naar Istanbul bleek dat er aan de overzijde van de Bospurus, in het Aziatische deel van de stad, een paar hele mooie moskeeën stonden. Die wij dus beslist wilden zien. Na de overtocht met de veerboot kostte het nogal wat moeite om een kaartje voor de bus te bemachtigen omdat hier -in tegenstelling tot het Europese stadsdeel- zo ongeveer niemand een woordje Engels spreekt. Door een cirkel op een papiertje te tekenen maakte de kaartjesverkoper ons bijvoorbeeld duidelijk dat we de bus op de rotonde moesten hebben. Eenmaal in de bus lieten wij de buschauffeur voor alle duidelijkheid maar het plaatje van de moskee in onze reisgids zien. Hij maakte ons met handgebaren duidelijk dat we voor in de bus moesten plaatsnemen en dan zou hij aangeven waar we moesten uitstappen. Hetgeen ook inderdaad zo geschiedde.
Aangekomen bij de moskee bleek dat de gebeden nog bezig waren, dus werden wij met een glas cai (thee) gestald op het terras van het theehuis van de moskee. Een oudere Turk vertelde ons -toen hij hoorde dat wij uit Nederland kwamen- dat hij nog bij Mannesmann (metaalindustrie) in Duitsland gewerkt had. Toen de gebeden korte tijd daarna voorbij waren werden we in de gelegenheid gesteld de moskee te bezichtigen, waarna we gewoon weer opnieuw werden uitgenodigd voor de thee. Omdat ze maar thee bleven schenken meldden we op enig moment dat we er van tussen gingen omdat we ook nog de tweede moskee wilden bezoeken. Nee, we moesten gewoon even wachten, het werd allemaal geregeld. Een vriend van een van de aanwezigen had namelijk een autootje. Dat werd onderwijl opgehaald en vervolgens reden we met zijn vieren in een oud Volkswagen Kevertje door Aziatisch Istanbul naar de andere moskee. Helaas voor ons bleek die echter gesloten. Er restte dus niets anders dan op het terras maar weer aan de thee te gaan. Plots verscheen er echter een mannetje met de sleutels van de moskee. Ik dacht in eerste instantie dat het de conciërge van dienst was, maar het bleek de imam zelf te zijn. Speciaal voor ons opende hij de deuren van de moskee, die ook nog eens -zoals ook de reisgids al voorspelde- zeer de moeite waard bleek te zijn. Hoeveel geluk kan een toerist hebben? Na in de tuin van de moskee de resten van de medresse (Koranschool) te hebben aanschouwd, werd ons van een de bomen nog een vrucht aangeboden. Het bleek te gaan om een ons onbekende vrucht, de zogenaamde dut, een witte moerbei. Er schijnt overigens ook een zwarte variant te zijn, de zogeheten karadut.
Aansluitend werden we ook nog even naar het badhuis gebracht. Ook dat moest getoond worden omdat het een onderdeel van de drie-eenheid moskee, medresse en badhuis is. Niet aan mijn vrouw overigens, want een badhuis is nu eenmaal alleen bestemd voor mannen. Dus ik mee naar binnen de badruimte in, die vol stoom stond. De foto kon dus pas na enige tijd genomen worden omdat de lens van de camera door de hitte acuut besloeg. Na dit bezoek werden we door onze gastheer uitgenodigd om bij hem thuis wat te gaan eten. Een uitnodiging die we vriendelijk afsloegen omdat we op tijd terug moesten zijn in ons hotel omdat we nog dezelfde avond terugvlogen naar Nederland. We verzochten dan ook ons terug te brengen naar de haven opdat wij weer tijdig met de veerboot terug zouden kunnen varen naar het Europese deel van de stad. Op de terugweg naar de haven maakten wij ons ondertussen druk over het eventuele addertje dat onder het gras uit zou (kunnen) komen als de heren ons gingen afzetten bij die haven. Wij zagen al een hele discussie voor ons over geld dat men eventueel voor hun ‘rondleiding’ wilde hebben. Echter, aangekomen bij de haven bleek het tripje langs de moskeeën louter een uiting van gastvrijheid te zijn, met daarbij de prettige bijkomstigheid voor onze gastheer om op deze manier zijn kennis van de Engelse taal op te vijzelen. Hij had namelijk een Engelstalige website waarop hij Izmir-tegeltjes verkocht en door met ons op stap te gaan kon hij mooi werken aan zijn Engels. Gelukkig bleek dus dat de wereld niet alleen bestaat uit list en bedrog, maar dat er ook nog gewoon burgers zijn die trots zijn op hun stad en die dat graag onder de aandacht willen brengen van toeristen die het op hun beurt weer leuk vinden om buiten de gebaande toeristische paden te treden.